maandag 2 november 2015

Five

                                                                 Technieken:


* HIGH-ANGLE
''A high-angle shot occurs when the camera is placed above a subject with the lens pointing down. This makes the subject appear small and vulnerable.'' - Jennifer van Sijll, Cinematic Storytelling
http://www.tboake.com/manipulation/Mosiadz/Mosiadz/page3.html

Zoals wordt genoemd in het citaat, is het effect van de high-angle het kwetsbaar en klein maken van het subject. In de still hieronder is het subject Danny, het zoontje van Jack en Wendy Torrance. Door op deze manier te filmen, samen met de doorlopende spanning van de muziek, wordt er nadruk gelegd op Danny's vatbaarheid voor de gevaren in het hotel.



* LOW-ANGLE
''A low-angle shot occurs when the camera is placed below the subject and the lens is pointing up. This causes the subject to appear larger-than-life.'' - Jennifer van Sijll, Cinematic Storytelling
http://www.tboake.com/manipulation/Mosiadz/Mosiadz/page3.html

Hoewel het tegenovergestelde van een high-angle plaatsvindt bij een low-angle, heeft Kubrick er een twist aan gegeven. Als er gebruik wordt gemaakt van de low-angle techniek lijkt het subject groter dan het is, vaak zie je deze techniek terug bij 'overwinningen', de koning die neerkijkt op zijn onderdaan, waardoor je als kijker zelf naar het subject opkijkt.
In het geval van onderstaande afbeelding wordt Danny gefilmd vanuit een lage hoek, maar niet zó laag dat we tegen hem opkijken. We kijken eerder met hem mee, lopen eerder tegen hem aan. En bovenal: we zien niet wat er voor hem is. Een slimme truc om meer spanning op te bouwen, Danny gaat eerder een hoek om dan de camera en dus zien we niet waar hij uitkomt of dat er misschien plotseling iemand voor hem komt te staan. De kwetsbaarheid van Danny wordt wederom benadrukt en de spanning verhoogt.



* LOW-ANGLE/CLOS-UP ACHTIG
http://www.tboake.com/manipulation/Mosiadz/Mosiadz/page3.html

Bij deze still is er geen sprake van een low-angle, maar ook niet van een close-up. Het is eerder een combinatie. De camera staat onder Jack en filmt recht omhoog. In deze scene heeft Wendy haar man Jack zojuist opgesloten in de voedselopslag en probeert hij haar te overtuigen hem vrij te laten. Eigenlijk heeft deze keuze een vrij simpele reden: op deze manier kunnen we duidelijk zijn uitdrukking zien als hij haar van binnen toespreekt. Daarnaast geeft het een lichtelijk claustrofobisch gevoel voor de kijker, omdat er iemand als het ware 'boven je hangt'.



* KIJKEN EN MEEKIJKEN
Als Wendy de 'werkruimte' van Jack binnen komt lopen ziet ze zijn typemachine staan. Het shot begint met een low-angle, waarbij we zien hoe Wendy zich over de typemachine heen buigt. Zij komt, nog voor het publiek, er achter wat er op de typemachine staat. Wij als publiek zien alleen haar expressie (geschrokken, gestrest). Dan komt de tekst in beeld: 'All work and no play makes Jack a dull boy'. De techniek die Stanley Kubrick hierbij gebruikt is één die ik al eerder benoemde, we zien Wendy en we zien wat Wendy ziet. We kijken mee met het subject en ontdekken samen dat Jack alleen maar deze zin heeft zitten typen tijdens zijn werk. Dan wordt deze techniek doorgevoerd, door telkens heen en weer te schakelen tussen een close-up van Wendy en de stapel met papier naast de typemachine waar 500 pagina's met eenzelfde zin liggen. Deze techniek zorgt ervoor dat je samen met Wendy de ontdekking 'ervaart' (we zien zelfs haar hand, alsof het die van onszelf is).
Belangrijk: de muziek gaat gelijk op met Wendy's ontdekking, het begint laag en verandert in hoge, krassende tonen.


* ONMOGELIJK INTERIEUR
Een geniaal filmpje door Collative Learning
(http://collativelearning.com/FILMS%20reviews%20BY%20ROB%20AGER.html)
legt met behulp van korte stukjes film uit wat er allemaal niet klopt binnen The Overlook Hotel. Naast deze shots legt hij kleine plattegrondjes, waarop te zien is dat er deuren zijn die nergens naar leiden en ramen die nergens op uit kunnen kijken. Ik zou het kunnen uitschrijven, maar dit filmpje beschrijft het honderd keer beter (deel 1 = 11:36 min, deel 2 = 09:16 min).

Deel 1
Deel 2




* STEADICAM
Steadicam: een hulpmiddel voor een cameraman om zijn camera te stabiliseren.
https://nl.wikipedia.org/wiki/Steadicam

Kubrick maakte veel gebruik van de Steadicam. Deze constructie maakt het mogelijk om snel met de camera te bewegen over oppervlaktes, zonder dat de camera te veel schudt door eigen bewegingen. Zoals in de scènes waar Danny wordt gevolg op zijn driewieler. Het geluid dat daaruit voortkomt - het geluid van Danny die over laminaat rijdt en dan over tapijt en weer over laminaat en weer over tapijt - was in de eerste instantie per ongelijk, maar werd direct in de film gelaten vanwege zijn esthetische waarde.
Garrett Brown, ook wel de uitvinder van de Steadicam genoemd, beschrijft hier hoe hij de ''two-handed technique'' gebruikt bij het filmen van The Shining: ''I found that if one hand strongly holds the Steadicam arm and is used to control its position and its height, the other hand is able to pan and tilt the handle with almost no unintentional motion in the shot. Whereas before the act of booming up or down would always seem to degrade slightly the steadiness of the image, now one can maintain the camera at any boom height and yet not influence the pan or tilt axis at all. This understanding has been the key to holding the beginning or end position of a shot so still that one must examine the frame line carefully in order to find any "float" at all. Kubrick was often able to use the head or tail of a Steadicam shot as his master for at least a portion of a dialogue scene. Even if I got caught in an awkward position because of an unexpectedly quick stop in the action Kubrick would count the beads of sweat, cast a practiced eye on the twitching of a calf muscle and wait until he judged that discs were about to fly like frisbees before he would quietly call "cut".''

Als je op de link klikt, hier nog een keer, beschrijft hij uitgebreid zijn ervaringen met het filmen voor Stanley Kubrick; met een uitgebreide uitleg over het schieten van The Maze, het doolhof. Waarbij elk shot in het doolhof is gemaakt met de Steadicam.


* EDITING
http://www.123helpme.com/editing-in-the-shining-view.asp?id=168577

Het doolhof:
Wendy en Danny gaan samen het doolhof verkennen. Direct gevolgd door een shot van Jack die een bal gooit tegen de muur van het hotel uit verveling. Hij keert zich naar een miniatuurversie van het doolhof en 'ziet' kleine figuurtjes (Wendy en Danny) in het doolhof lopen. Op de achtergrond hoor je Wendy en Danny praten en er wordt teruggeschakeld naar Wendy en Danny die in de werkelijkheid door het doolhof lopen.
Deze schakeling tussen shots maakt aan het publiek duidelijk dat Jack een soort macht heeft over Wendy en Danny, waar hij op neer kijkt als kleine figuurtjes, als pionnetjes. Wat zowel zijn dominantie weergeeft als de kwetsbaarheid van zijn vrouw en kind. Deze aanwijzingen dragen bij aan de spanning en narigheid van de situatie: ze zijn helemaal alleen en Jack wordt langzaamaan steeds gevaarlijker. Daarnaast geeft het een subtiele hint naar het verdere verloop van de film.

All work and play makes Jack a dull boy:
Nadat Wendy de continue stroom van zinnen heeft ontdekt op Jack's typemachine, loopt ze steeds verder achteruit de trap op en zwaait uit angst met haar honkbalknuppel. In deze scène wordt er telkens gewisseld tussen Wendy en Jack, waarbij Jack altijd langer in beeld is. Het wisselen tussen perspectief, van Wendy naar Jack en weer terug, zorgt ervoor dat er een blijvende spanning is. Ook is deze scène ontzettend vaak opgenomen: ''There is a great deal of confusion regarding this film and the number of retakes of certain scenes. According to the Guinness Book of Records, the scene where Wendy is backing up the stairs swinging the baseball bat was shot 127 times, which is a record for the most takes of a single scene. However, both Steadicam operator Garrett Brown and assistant editor Gordon Stainforth say this is inaccurate - the scene was shot about 35-45 times.''
(bron: http://www.imdb.com/title/tt0081505/trivia)


* Tony:
Als Danny zijn tanden aan het poetsen is begint hij te praten met Tony, zijn onzichtbare vriend, wat wordt uitgebeeld met zijn wijsvinger. Tony waarschuwt Danny voor gevaar. Deze scène wordt direct gevolgd door een shot waar bloed uit een lift komt stromen en meubilair met zich meetrekt in de stroom. Een flash forward, al heel vroeg in de film, als ook een waarschuwing voor de kijker dat er iets ergs staat te gebeuren. Door direct al een confronterend beeld in de film te plaatsen wordt het publiek ook gewaarschuwd voor het hotel en de gruwelijkheden die het gezin te wachten staat.


Over vossen en hotels en andere ideeën #5

Zo, The Royal Tenenbaums zit erop. Ik heb geprobeerd te kijken zonder veel bezig te zijn met wat ik nu van zijn stijl weet, zodat ik onbevooroordeeld kan merken wat het met me doet.

Als ik na ga wat ik precies ervoer tijdens de film, kom ik uit op twee redelijk abstracte begrippen: fascinatie en vervreemding. Volgens mij komen specifiekere emoties door de personages en het verhaal, maar elke specifieke emotie, zoals blijheid of verdriet, heeft een zweem van fascinatie en vervreemding.
Ik heb het gevoel dat de film me meeneemt. Dat er van alles gebeurt dat absurd is of er surrealistisch uit ziet maakt niet uit, want ik word meegenomen. Volgens mij is dat de reden dat ik de surrealistische of absurde elementen als vervreemdend ervaar, en niet afwijs als onrealistisch. In combinatie met het gevoel dat de film me meeneemt levert dit ook het gefascineerde gevoel op. De dingen zijn vreemd, maar ik moet ze accepteren, waardoor ze prikkelen en ik steeds nieuwsgieriger word, en het gevoel dat ik meegenomen word dus wordt versterkt.
Dat ik het gevoel heb meegenomen te worden heeft denk ik voor een groot gedeelte te maken met de manier waarop Anderson het verhaal vertelt. In het geval van The Royal Tenenbaums werd gedaan alsof het verhaal een boek was, dat de kijker als het ware aan het lezen is. Een verteller introduceert alle personages en begeleid het verhaal. Door dit soort simpele dingen heb ik als kijker het gevoel dat me een verhaal wordt verteld. Ik kan me laten meenemen.  

Dan rest mij nu alleen nog de vraag hoe Andersons stijl het gevoel van vervreemding en fascinatie opwekt.

Het gebruik van wijde lenzen is hier simpel in te passen: het ziet er gek uit. Niet zoals je gewend bent.  
Het gebruik van symmetrie spreekt ook voor zich. Doordat alles perfect recht en gecentreerd is lijkt het tegelijkertijd echter dan echt, wat wringt, en klopt het gewoon niet meer. Het is simpelweg niet mogelijk dat er zo’n recht en symmetrisch ingericht huis bestaat als in Moonrise Kingdom. Tegelijkertijd klopt het precies volgens de innerlijke logica van de wereld.
Het feit dat dat je naar een gemaakt beeld kijkt niet verdoezeld wordt is natuurlijk ook vervreemdend. Ik moet bijvoorbeeld denken aan de dierenpoppen met echt dierenhaar uit The Incredible Mr. Fox. Doordat de huid zichtbaar steeds verandert in elk shot ziet het er nep uit, maar het werkt.
Volgens mij dragen de onhandige handelingen met de camera hier ook aan bij. Ik geloof dat ik tijdens dat soort scenes vooral bezig ben met me afvragen hoe ze het gefilmd hebben. Als ik niet te druk bezig ben met kijken, in elk geval. Dat is ook een manier om niet te verdoezelen dat je een film aan het kijken bent.
En tegelijkertijd blijven de acteurs spelen, wat voor gekke capriolen de camera ook uithaalt, wat dan weer juist het gevoel versterkt dat je naar iets echts kijkt, ook al is het een film.
Net als de grote gedetailleerdheid. Het is duidelijk dat je naar een gemaakt beeld kijkt, maar het gemaakte beeld klopt tot in de kleinste details.
En tot slot natuurlijk het beroemde beperkte kleurenpalet. Dat past ook mooi in deze overpeinzing. Doordat sommige kleuren niet voorkomen en andere juist veel te vaak, lijkt het beeld onecht, terwijl het binnen de realiteit van de film juist klopt.

Als ik nadenk over hoe Andersons stijl bijdraagt aan de vervreemding en fascinatie, blijkt het dus vaak te maken te hebben met iets dat tegelijkertijd duidelijk gemaakt is, en ook superecht is, haast hyperrealistisch. Het beperkte kleurenpalet laat dit nog wel het duidelijkst zien: het beeld lijkt er onecht door (vervreemding), maar het klopt juist binnen de realiteit van de film (maakt het mogelijk dat de kijker meegenomen wordt, en zich fascineert).


En zo wordt iets onechts dus hyperecht. 

Four

Een mooi voorbeeld gevonden op Youtube van één techniek in The Shining.

Let op: de camera is traag (1), het is een redelijk lang shot (2) en er wordt meer en meer ingezoomd op Jack Nickelson (eindigt in close-up, 3). Op de achtergrond de dreigende muziek (4) waar ik het eerder over had.
Dit shot geeft, met behulp van deze vier technieken, duidelijk weer dat er iets mis is, dat hij in zichzelf gekeerd raakt. Zoals mijn moeder wanneer ze de open haard per ongelijk uitmaakt met de pook.


Three

The Shining, geregisseerd door Stanley Kubrick, debuteerde in 1980. Ik keek de film in 2015. Samen met mijn vriend, wat misschien niet zo'n goed idee was omdat hij bij elke scène riep: o nee, o nee! Niet kijken! NIET KIJKEN DIT IS ZO ENG IK KAN HET NIET AAN.

Wat het best deed meevallen.

Ik heb tijdens het kijken ook opgelet wat me opviel aan de manier van filmen en mijn bevindingen hiervan gaan als volgt:

- De camera stond vaak laag op de grond, en vaak volgde de camera een persoon op zijn route (zoals bijvoorbeeld het zoontje op zijn driewieler).
- Er werd van begin tot eind gebruik gemaakt van dreigende muziek, ook als er niks gebeurde (ik verwachtte hierdoor constant dat er iets engs zou gaan gebeuren).
- Omdat er soms hele lange stilstaande shots zijn werd ik een beetje ongemakkelijk. Ik verwachtte dat er dan opeens een monster tevoorschijn zou springen, maar telkens was dit niet het geval (op een enkele keer na: toen er een nieuwe titel in beeld verscheen, samen met blaasorkest op vol volume, en toen Jack uit het niets met een bijl de arme conciërge in zijn borst chopte.
- Ook werd er op enge momenten vanuit het oogpunt van iemand gefilmd, zo voelde het alsof je met ze meekeek (een deur die opengemaakt moet worden, iemand die een zaal in komt lopen, de televisie waarnaar wordt gekeken).
- Af en toe was er een close-up van een gezicht, zoals van het zoontje als hij bang was of schrok.
- Vrijwel direct in de film kwam er een shot van een kamer waar bloed doorheen stroomde, dat had ik totaal niet verwacht zo snel.
- Het contrast van de tapijten, grote symmetrische patronen.
- Als laatste de opvallende keuze van Jack's bevroren gezicht. De regisseur had hem ook best een tijdje kunnen filmen terwijl hij in de sneeuw lag, dat was veel poëtischer geweest. In plaats daarvan kwam er een korte shot van zijn hoofd de volgende dag.


Ik vond het wel een razend spannende en knappe film. Ik heb nog steeds het idee dat ik heel veel verborgen motieven niet zie of niet begrijp, zoals de foto aan het einde? Huh? Was Jack de huisbewaarder? Was Jack bezeten door de huisbewaarder? Wie was die vrouw in het bad? Waarom zag Wendy skeletten?
Internet staat vol met theorieën over het werkelijke onderwerp van The Shining, bijvoorbeeld dat de film eigenlijk gaat over de genocide van de inheemse Amerikanen of zelfs over de 'fake Appollo moonlanding' (http://www.vulture.com/2013/03/the-shining-four-paths-through-kubricks-maze.html)

Als zo'n soort theorie klopt, heeft het waarschijnlijk alle invloed gehad op de technieken van Stanley Kubrick, maar omdat hij er geen uitspraak over heeft gedaan (tot zover ik kan vinden) ga ik minder naar eventuele verklaringen kijken en meer naar droge technieken.
Een interessant interview met Kubrick over de verfilming van het boek vind je hier: http://www.visual-memory.co.uk/amk/doc/interview.ts.html

Overige informatie over de film:
- The Shining was in de eerste instantie een boek, geschreven door Stephen King, maar Stanley Kubrick heeft grote aanpassingen gemaakt. Hierdoor waren veel lezers ontevreden over de film.
- 'Here's Johnny', de uitroep van Jack (in het echt Jack Nickelson) is geïmproviseerd. (Ik heb aan het begin van de film nog extra goed gelet op de naam van de vorige huisbewaarder, en dat was niet Johnny). http://my.xfinity.com/slideshow/entertainment-unscriptedmoviemoments/12/
- 25 kleine interessante feitjes over The Shining, zoals waarom kamer 217 (zoals in het boek) in de film veranderde naar 237: http://mentalfloss.com/article/55893/25-things-you-might-not-know-about-shining




Vraag: Hoe maakt de IKEA het thuisgevoel visueel?

Antwoord:

1. met poezenreclames
2. door van de winkel een levensgroot keuzezwembad te maken. Een soort poppenhuis, maar dan op ware grootte
3. door zichzelf neer te zetten als een bedrijf waar mensen werken. Een mens praat met de klant, niet, het bedrijf spreekt tot de klant
4. door de woorden gezellig, thuis en familie te verbinden aan betaalbaar, degelijk en stijlvol
5. door meer te zijn dan alleen een winkel. Door een merk te worden, een begrip, een imago. Door ergens voor te staan en dat ideaal na te streven
6. door constant te vernieuwen (denk aan: de dag van de duurzaamheid, het frisdrank vervangen door fruitwater, de hype met weckpotten en de tafel van kurk. Sorry, Martijn)
7. met kindvriendelijkheid (Småland! IJsjes! Olifantenknuffels!)
8. door klanten aan zich te binden met campagnes, het uitnodigen tot meedenken of de IKEA-family pas
9. door aandacht te besteden aan details
10. door vast te houden aan het Zweedse design, waardoor de IKEA toch een beetje voelt als: we-gaan-naar-Frankrijk-en-lopen-daar-uren-door-de-supermarkt-omdat-alles-zo-anders-is
11. door betaalbaar te blijven
12. door naast alleen meubels, ook tips te geven, extra service aan te bieden en ontelbaar veel mogelijkheden bieden om inspiratie op te doen
13. door actief te zijn op sociale media
14. door hun eigen, positieve en vriendelijke 'stem' (de slogans, de levenstips)

En natuurlijk gewoon omdat de IKEA de ideale plek is voor als je iets nodig hebt. Of voor als je gaat verhuizen of verbouwen. Bij de IKEA zul je er niet snel tegenaan lopen dat ze iets NIET hebben. Als ik in de IKEA kom, verbaas ik me er meestal juist over wat ze allemaal wel hebben, en waarvoor ik dat dan absoluut niet nodig heb.

Bonus antwoord:

15. door geen boete te geven voor het stelen van IKEA-potloodjes

IKEA goes Pinterest

Een tijdje geleden kondigde IKEA Nederland aan op zoek te zijn naar een nieuwe, jawel, #interieurontwerper. Via Pinterest werden mensen uitgenodigd om een bord (onder de naam #IKEAcatalogus) te maken, en van pins uit de IKEA catalogus hun ideale slaap- of badkamer in te richten. Het meest inspirerende bord werd gebruikt om ook echt op te bouwen in de IKEA van Amsterdam. De winnares, Vanessa Obinu, liet zich inspireren door Pipi Langkous. Zie hier het filmpje:


Deze Pinterest-campagne van IKEA maakt deel uit van hun actief-zijn op sociale media. Sinds 2013 zit IKEA op Facebook, Twitter, Google+ en YouTube, en iets minder lang geleden begonnen ze ook met een actie op Instagram.

Wat denk ik het effect is van deze acties, is dat ze net als de rest van de wereld interactiever worden. Ze gaan mee met de ontwikkelingen. Bovendien is IKEA zo niet langer alleen ‘de winkel’, het is nu ook een zowel of- als online verzamelplek waar je inspiratie, tips en ideeën vandaan kunt halen. IKEA is een merk. Met acties als maak-je-eigen-Pinterest-slaapkamer-en-zie-hem-echt-in-de-winkel-terug betrekt IKEA hun klanten bij de marketing. Het is niet meer IKEA tegenover de klant, het is IKEA én de klant. Dit gevoel van ‘samen maken we de winkel’, en ‘samen maken we een thuis’, is een gedachte die steeds weer terugkomt. Misschien niet zo letterlijk, maar het is bijna zo dat je als klant onderdeel bent van iets. Dat je lid bent van de IKEA-familie.

Over vossen en hotels en andere ideeën #4

Ik heb net Wes Andersons The Darjeeling Limited gezien, en ik kon veel van de eerder genoemde stijlkenmerken terugzien.

-Ongemakkelijke of onhandige handelingen met de camera.
Zeker. Zo zit er een lange scene in de film, waarin de camera in het midden van een ruimte staat, en telkens 90 graden wordt gedraaid om weer een ander gebeurtenisje te tonen.
-Lange scenes, waarin de acteurs de hele scene in één keer goed moeten spelen.
Diezelfde scene is ook daar een voorbeeld van. Er zijn tientallen acteurs nodig, die allemaal perfect getimed deuren in en uit moeten lopen. Dit moest vast vaak geoefend worden.
-Het gebruik van wijde lenzen, ook bij close-ups, waardoor het beeld iets raars krijgt.
Ik heb opgezocht wat een wijde lens nou precies is, op wikipedia: https://en.wikipedia.org/wiki/Wide-angle_lens. Zoals de naam het al eigenlijk zei, is dat een lens waarmee je onder een heel brede hoek op kan nemen. Daardoor past er heel veel in beeld, zonder dat je uit moet zoomen. Dat kun je duidelijk terugzien in Andersons films. Vaak is er heel veel te zien. In The Darjeeling Limited soms zoveel dat ik niet wist waar ik moest kijken. Een truc die Anderson veel gebruikt is veel setpieces naast elkaar plaatsen, en met de camera er in één beweging van redelijk dichtbij langs rijden. Het voelt alsof je er dicht op zit, maar je hebt nog steeds breed zicht. Ik merkte trouwens dat dit niet zo’n raar effect had als in zijn andere films. Het was eerder overweldigend dan vervreemdend. Een ander effect van wijde lenzen is dat je er het grootteverschil van de voor- en achtergrond mee kan vergroten.
-Zo vierkant en symmetrisch mogelijke beelden. Het object van aandacht is zoveel mogelijk gecentreerd. Elk shot lijkt hierdoor alsof het als foto gemaakt is.
Er zit niet zo heel veel symmetrie in The Darjeeling Limited. Qua beeld is deze film ook minder surrealistisch. Wel zijn objecten erg vaak precies in het midden van het beeld geplaatst. Een kampvuur dat precies in het midden staat, of een auto die exact in het midden stopt.
-Personages bewegen alleen maar op de x- en y-as, ten opzichte van de camera. Dat wil zeggen dat personages alleen maar van links naar rechts of andersom, of van voor naar achter of andersom lopen.
Dit heb ik niet gemerkt in The Darjeeling Limited. Dat heeft misschien te maken met het feit dat er ook minder sprake was van symmetrie.
-Grote gedetailleerdheid.
Jazeker. De trein waar een groot gedeelte van de film zich afspeelt is helemaal volgepropt met details. Iedereen draagt perfect passende kostuums, en zelfs op de muren is gedetailleerd behang te zien. Net zoals met de wijde lens werkte dat in deze film meer overweldigend in plaats van vervreemdend, gek genoeg. Ik merkte ook dat er vooral zoveel details waren in de scenes die op een gemaakte set speelden. In deze film zaten zeker in vergelijking met zijn andere werk nog redelijk wat scenes die gewoon ‘in het wild’ plaatsvonden. Dat is natuurlijk logisch. Maar het viel me op.
-Warme belichting.
Zeker. De kleuren zijn fijn zacht. Een beetje pastel.
-Beperkt kleurenpalet.
Yup. Daar vond ik ook nog een leuk plaatje van: http://noglitternoglory.com/wp-content/uploads/2015/02/darjeeling1.jpg
-Anamorf formaat.
Ik denk het. Ik heb opgezocht wat het betekent, maar ik kan het nog steeds niet herkennen. Het heeft ermee te maken dat de lens de volle hoogte van het filmrolletje gebruikt, waardoor je een vervormd, maar gedetailleerder beeld krijgt. Later wordt dit weer gecorrigeerd, waarbij wel een kleine vervorming kan blijven. Dit kan in combinatie met een wijde lens leiden tot een cilindrisch perspectief, een speciale vervorming die vaak door Anderson wordt gebruikt, volgens Wikipedia: https://en.wikipedia.org/wiki/Anamorphic_format. Je krijgt hierdoor een soort bolvormig beeld: rechte lijnen naast de x- en y-as van het beeld worden weergegeven als krom. Ik geloof echter dat ik nog teveel een leek ben om dit te herkennen.
-Dat je naar een gemaakt beeld kijkt wordt niet verdoezeld.
Zeker. Op een gegeven moment is er weer zo’n glijbeeld langs alle setpieces, en die zijn zo naast elkaar gezet dat het lijkt alsof ze allemaal treincabines zijn, terwijl dat niet kan. Zo is de ene treincabine een ziekenhuiskamer, de volgende een stoel in een vliegtuig, en ten slotte zelfs een oerwoud met tijger. Het is niet de bedoeling dat dit er geloofwaardig uit ziet. Op een gedachteniveau is dit ook aan de hand. Er zijn zoveel clichés dat je wel door hebt dat het niet echt mensen zijn. Twee Duitse vrouwen zijn dik, streng en luidruchtig, en de Indiase treinconducteur heeft zo’n paarse tulband, een mooie baard, en voelt exotisch en gevaarlijk aan.

Ik begin dus op een technische manier wel door te hebben wat Andersons stijl inhoudt. Aangezien de vraag die ik mij voor dit onderzoek gesteld hebt gaat over hoe vervreemding werkt in zijn films, en hoe het komt dat de kijker er in mee gaat, moet ik nu terugkoppelen naar de effecten van al deze stijlkenmerken op de kijker. Dat wil ik doen door nog één van zijn films te kijken, The Royal Tenenbaums, en vooral te focussen op wat het met mij als kijker doet. Ik ben na al die technische informatie namelijk vergeten wat voor effect Andersons stijl op mij als kijker heeft.